‘Noodlot’ door Cor Netten

Voor de deuren van het oude schoolgebouw proefde ik op jeugdige leeftijd voor het eerst de gestolen Arsenal-sigaretten van mijn vader. Het merk heb ik altijd onthouden omdat de naam ook synoniem was voor een van de beste Engelse voetbalclubs.

Dat misdaad niet altijd loont, bleek na het roken. De opkomende misselijkheid zorgde ervoor dat het bleef bij “eens maar nooit meer”. Dan maar op een andere manier stoer doen. Ik heb nooit begrepen dat mijn beide ouders, maar vooral mijn vader, die opstond en naar bed ging met een sigaret, zó verslaafd waren aan dat misselijk makende spul. Nee, sigaretten roken was niet aan mij besteed en zoals ik later besefte, ontkwam ik met die keuze aan een noodlot dat vele rokers over zichzelf hebben afgeroepen. Dat heb ik zo’n tien jaar later, door het ziektebeeld van mijn vader begrepen. Hij hield er een longemfyseem aan over die zijn aderen en bloedvaten aantastte, waardoor er bij hem een been moest worden geamputeerd dat blauw en zwart was geworden en hij ook om de haverklap in een rochelende hoestbui kon uitbarsten.
Uiteindelijk kreeg het noodlot ook hem te pakken en is hij aan die longemfyseem overleden. Ik heb hem nog bezocht in het verpleegtehuis, waar hij met een geamputeerd been uitgeteerd en uitgeleefd lag te wachten op de dood. Toen het zover was, mocht hij naar huis en overleed korte tijd daarna, eindelijk bevrijd van dat dreigende noodlot. Ik ben nu op zijn leeftijd en schrik als ik plotseling moet kuchen of de kriebelhoest krijg.

In mijn oude huis stond op driehoog het schuifraam open.
De vitrage was naast het raam in een band gevangen om te voorkomen dat bij het wapperen door de tocht, de bloempotten van de vensterbank werden geveegd.
Bij het stofzuigen stootte mijn moeder met haar slang toch een bloempot omver, die kletterend op straat in stukken viel.
Niemand werd geraakt.
Toen de bel van de ijskar klonk, klom mijn zusje op de rand van het kozijn, stootte een pot omver die kletterend op de straat viel.
Niemand werd geraakt.
Mijn moeder stopte met stofzuigen, haalde mijn zusje bij het raam weg en bij het omdraaien stootte zij met haar achterwerk opnieuw een bloempot van de vensterbank af, die kletterend in stukken op de straat viel.
Niemand werd geraakt.
Mijn vader zat in een gemakkelijke stoel bij het raam en zag dit alles met lede ogen aan, stond op en schoof het raam dicht.
Zo was het wel genoeg geweest.
Met stoffer en blik liep hij alle trappen af om op straat de rommel op te ruimen. Daarbij werd hij overreden door het op hol geslagen karretje van een postbode, die reclamefolders van een tuincentrum rondbracht. Dat overleefde hij.
Jaren later bezocht ik in Londen de voetbalwedstrijd Arsenal – Chelsea. Prachtig om mee te maken, die sfeer in dat oude stadion.
Arsenal versloeg toen Chelsea met 2-1. Ja, dat was lang geleden.
Niet veel later versloeg Arsenal mijn vader.
Over noodlot gesproken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *