‘Eerlijkheid’ door Cor Netten

In deze tijd rondwandelen in en door Heerenveen confronteert je met de gevolgen van de coronapandemie. Naast de nog steeds lege winkels, de meesten decoratief aangekleed met de zo kenmerkende ‘zwart/wit’-foto’s van Reiny Bourgonje, zie je ook dat maar weinig voetgangers de richtingpijlen volgen en wordt het vasthouden aan de 1,5 meter afstand van elkaar steeds moeizamer. En niet alleen jongeren hebben daar moeite mee, ook veel volwassenen en senioren. Het is dus niet alleen de corona die je humeur kan verpesten.

Het is vandaag een grauwe dag in Heerenveen en in de lucht zit vocht. Ik ervaar het als een kleine teleurstelling na de zomerse dag ervoor, de dag waarop ik mijn jas verving door een luchtig T-shirtje. Wel heb ik al mijn waardevolle spullen overgeheveld naar mijn broekzakken. Ik ga nooit weg zonder pasjes, laat staan een notitieboekje.

Ik ga met een goede vriend, een psycholoog, koffie drinken bij BY KEES op de Oude Koemarkt. Daarna zouden we boodschappen gaan doen bij Appie. Natuurlijk gebruiken wij de tijd ook om over allerlei zaken bij te praten. Met hem praten betekent een intellectuele uitdaging. Samen met hem nadenken over diverse onderwerpen is een ding, maar voorkomen dat je zelf in de clientenhoek terechtkomt, is een andere.
BY KEES wordt gerund door de immer vrolijk ogende familie Keesman. Deze gelegenheid kent de door mij zo geliefde simpele, haast studentikoze inrichting. Naast diverse tweepersoonszitjes in het voor- en achtergedeelte staat er een lange houten bank, voorzien van vele kussens die het zitten veraangenamen. Hier lees ik de kranten en beschouw ik de wereld om mij heen. De bovenste etage ziet er ongeveer hetzelfde uit. Hier wordt ook de het eten van de kaart gemaakt.
De bediening is steeds vriendelijk en vlot. Zelfs de koffie smaakt hier het lekkerst en voor weinig geld nemen we er ook een gezond gebakje bij. Deze gelegenheid is een aanwinst, ondanks de vele omringende Horecazaken.

We praten over onze ervaringen en blijven hangen bij het begrip ‘eerlijkheid.’ Onder het af en toe eten van een stukje gebak filosoferen wij voor de vuist weg. We zijn het er over eens dat eerlijkheid een eigenschap is die iets zegt over iemand integriteit, dus zonder leugens, bedrog of verdraaiing van de feiten. Het is een eigenschap die meestal positief wordt gewaardeerd, maar het gekke is dat een overmaat aan eerlijkheid weer als negatief wordt ervaren. De kreet ‘ik zeg wat ik wil zeggen’ klinkt eerlijk en suggereert iets over de oprechtheid van de spreker, maar kan ook erg beledigend zijn als de boodschapontvanger negatief wordt aangesproken. Volgens mij wordt eerlijkheid nog wel eens verward met openhartigheid of impulsiviteit. Onze mening is dat je niet alles kunt zeggen en soms zelfs een leugentje om bestwil moet kunnen gebruiken.

We nemen nog een tweede kopje koffie dat door een vriendelijk meisje wordt geserveerd. Even viel het gesprek stil. Na haar vertrek drop ik een uitspraak van Godfried Bomans: “ Ik weet eigenlijk niet goed wat eerlijkheid is. De voorbeelden die ik ervan gezien heb, vond ik nogal saai”. ‘Ja, dat klinkt leuk, maar Bomans was nu ook niet de meest integere persoon en reed regelmatig een scheve schaats,’ pareert mijn vriend. ‘Maar wat versta jij dan onder ‘integriteit’ en hoe verhoud zich dat tot ‘eerlijkheid’? Mijn vriend ventileert spontaan een stukje van zijn brede kennis op dit terrein. Meneer is per slot van rekening niet voor niets psycholoog. Opschepper, denk ik, maar ik zeg het niet. ‘Integriteit is een persoonlijke karaktereigenschap van een individu die inhoudt dat de betrokkene eerlijk en oprecht is en niet omkoopbaar. De persoon beschikt over een intrinsieke betrouwbaarheid, zegt wat hij doet, en doet wat hij zegt, heeft geen verborgen agenda en veinst geen emoties. Een persoon met deze eigenschappen wordt integer genoemd. Een integer persoon zal zijn doen niet laten beïnvloeden door oneigenlijke zaken.’

Ik moet deze kennisoverval even verwerken, maar durf daarna te stellen dat er geen honderd procent eerlijke en integere mensen bestaan. In de meeste – mij bekende – gevallen gaat er iets anders achter schuil. ‘Nou ja, misschien is dat wel zo, maar ik blijf hopen op het bestaan van die honderd procentgevallen,’ zegt mijn vriend ietwat moedeloos. Wordt mijn gefilosofeer hem teveel en durft hij dit niet eerlijk te zeggen?
Onze koffie is op en ik stel voor om boodschappen te gaan doen. Het vriendelijke meisje brengt de rekening die ik uiteraard even controleer. We rekenen af, trekken onze jassen aan en stappen de Oude Koemarkt weer op. Via de Overkluizing steken wij over naar het van Harenpad en lopen richting het klassieke en monumentale Oenemastate, dat ik al enkele jaren ‘Het Gerecht’ moet noemen.

Bij Appie weten wij ons tussen de kriskras voor de ingang geplaatste fietsen te manoeuvreren en pakken bij de klapdeurtjes een mandje. We doen ieder apart onze boodschappen en vinden elkaar weer terug bij de pin-kassa. Als ik bijna aan de beurt ben, pak ik mijn portemonnee met mijn pasjes. Er ontstaat een lichte paniek wanneer ik deze niet direct kan vinden. Mijn vriend merkt mijn groeiende consternatie en het steeds paniekeriger aftasten van al mijn zakken. ‘Ik ben mijn portemonnee kwijt,‘ hijg ik, ‘en daar zitten al mijn pasjes in.’ Kordaat adviseert hij om onze route weer terug te lopen naar de Oude Koemarkt. Hij zal wel voor mij afrekenen. Ik vlieg bijna Appie uit en loop langzaam speurend de route terug naar BY KEES
Niets!
Binnen BY KEES moet ook het vriendelijke meisje mij teleurstellen.
Ik bedenk mij dat ik aangifte moet doen en alle pasjes moet laten blokkeren. Intussen komt mijn vriend met alle boodschappen aan en ik praat hem bij over mijn zoektocht en de nu te ondernemen acties. We gaan snel naar huis. Thuisgekomen pak ik de telefoon om de politie te bellen, maar zie dat ik drie oproepen heb ontvangen.
Ik luister mijn voicemail af en hoor een vriendelijke jongensstem melden dat hij mijn portemonnee op de Overkluizing heeft gevonden en deze graag weer aan mij wil teruggeven. Omdat hij nu nog bezig is in Sportstad, spreken we over een half uur af op de Overkluizing bij het standbeeld van Duisenberg.

Eenmaal op de Overkluizing zie ik een groepje van acht jongens staan. Ze zijn ongeveer vijftien of zestien jaar en hebben sporttassen bij zich. Een ervan heeft mijn portemonnee in zijn hand. Ik stel mij aan hem voor en hij vraagt mij of ik kan omschrijven wat er in de portemonnee zit. Ik noem mijn pasjes, waarop hij mij de portemonnee met een ‘klopt’ overhandigt. ‘Ik moest er wel even inkijken om te weten van wie hij was,’ zegt hij verontschuldigend. Ik controleer de inhoud. Alles is er nog. Een gevoel van euforie overvalt mij, zo dankbaar ben ik. Heb ik dan toch die ene mens gevonden die honderd procent eerlijk en integer is? Ik voel mij als Diogenes, die met zijn lantaarn op zoek ging naar een waarachtig oprechte persoon. Ik zou deze jongen wel willen omhelzen, maar besef bijtijds dat dit onder mannen in het openbaar als gênant kan worden ervaren.
Spontaan vraag ik mijn vriend om hem een vijftig eurobiljet te geven. ‘Maar meneer, dat is toch veel te veel’? Ik blijf bij mijn beloning en laat hem blij achter. Hij blij, ik blij.

Maar verderop denk ik weer terug aan zijn opmerking. ‘Dat is toch veel te veel’? Het had dus blijkbaar ook minder kunnen zijn? Heeft hij bij voorbaat al op een beloning gerekend, maar niet op zoveel? Is zijn eerlijkheid bij voorbaat gekoppeld aan een beloning? Langzaam lopend over de Dracht ontnuchter ik en bedenk mij dat eerlijkheid belonen misschien wel een corrumperende handeling is en dat ik daar zelf aan mee heb gewerkt. En dat vind ik niet eerlijk van mijzelf.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *